Ik haal uit.
In plaats van het doelwit, de helm van mijn tegenstander, raakt mijn wapen het zijne. De tijd staat heel even stil. Voordat ik adequaat kan reageren voel ik een stekende pijn op mijn rechter bovenbeen.
De scheidsrechter geeft het signaal. Het gevecht is voorbij en mijn tegenstander krijgt twee punten op de koop toe voor zijn laatste score.
We groeten af en schudden elkaar de hand op het midden van de mat.
“Mooi gedaan Cho.” Zeg ik. Ik meen het. Hij is een stuk korter dan ik en moest het helemaal van zijn snelheid hebben. Niet dat hij daar moeite mee heeft.
Ik doe mijn gebruikelijke ding: zet mijn helm af, veeg het bezwete haar uit mijn ogen en ga met wazige blik op zoek naar mijn bril die ik voor de wedstrijd ergens had neergelegd terwijl ik net doe alsof het me niet dwarszit dat ik niet heb gewonnen.
Mario Brenters complimenteert ons beiden: het was een mooie wedstrijd om te zien. Ik reageer licht ironisch. Hij lacht. Terug lopend naar een van de banken die langs de kant van het veld zijn gezet, controleer ik mijn wapen. Door een scheur in de zachte beschermlaag is de nylon kern zichtbaar. Heb ik ‘m toch minstens één keer goed op zijn helm geraakt. Met iets meer voldoening dan ik een seconde geleden had neem ik plaats op de harde houten bank.
Ik laat mijn blik door de zaal gaan. Achter de wedstrijdtafel zit Joris van den Berg. Met behulp van een microfoon en een iets te kleine speaker kondigt hij de wedstrijden aan. Door de zaal, in een vrij net pak, loopt Bernard Roessen een oogje in het zeil te houden.
Het toernooi in Utrecht, waar ik me bevind, wordt door het duo georganiseerd. Het gaat ze uitstekend af. Er hebben zich ongeveer zestig man ingeschreven: ongeveer drie keer zoveel als aanvankelijk werd verwacht. Iedere deelnemer komt ruim aan zijn trekken en maakt dankbaar gebruik van de mogelijkheid om extra ervaring op te doen. Ik heb er zelf al vier gevechten opzitten en minstens zoveel striemen.
Aan mijn linkerkant zit Ricardo Mols zijn leerlingen aanwijzingen te geven. Ik maak een mentale aantekening, want hij krijgt nog een column van me. Begin dit jaar ben ik bij hem langs geweest om mee te trainen en erover te schrijven.
Het artikel staat in de steigers, maar het is nog niet klaar voor andere ogen dan de mijne. Komt nog wel: morgen zijn we er ook nog. Rechts van me zit een van mijn leerlingen. Ze doet voor het eerst mee en is onder de indr-
Mijn naam wordt omgeroepen, gevolgd door die van Huub Kolkman. Zuchtend geef ik mijn bril aan de jongen die naast me zit. Hij belooft me er goed op te passen. Ergens heb ik het gevoel dat ik ‘m weer snel terug zal vragen en een minuut later krijg ik gelijk. De eindscore is er eentje die ik, uit angst eventuele lezers te vervelen, liever niet opschrijf.
Als we allebei weer op de bank zitten raken Huub en ik aan de praat. Hij heeft mijn columns gelezen en vertelt me dat hij vindt dat ik leuk schrijf.
“Vooral die van die dinsdagmorgen” lacht hij.
Gek hoe je iemand jaren van naam, gezicht en reputatie kan kennen zonder ooit een woord met hem te wisselen. Het lijkt me nog een sympathieke jongen ook: een mogelijkheid waar je geen rekening mee houdt op het moment dat hij zijn wapen door je hoofd probeert te rammen.
Ik neem me voor om te vragen of ik binnenkort eens bij zijn school kan langskomen voor “Chuckin’ Around” (ja, zo gaat het heten). Yoshi in Apeldoorn is de thuisbasis van een paar verdomd goede nunchaku-ka’s. Cho en Huub zijn hier slechts twee voorbeelden van.
De dag is overgegaan in wat je zou kunnen beschrijven als een vroege avond. Het toernooi is voorbij en iedereen lijkt tevreden met hoe de dag is verlopen. Na de nodige handen geschud te hebben loop ik met mijn twee leerlingen naar de auto. Ik adem de frisse buitenlucht in en kruip voldaan achter het stuur.
Door de smoezelige voorruit kijk ik naar mijn mede nunchaku-ka’s die allemaal aanstalten maken te vertrekken. Tot mijn verbazing besef ik dat ik er naar uit kijk om ze allemaal weer te zien op het O.N.K.
“Mooie sport toch.” Denk ik terwijl ik de motor start en de kleine Ford Ka de parkeerplaats afrijdt.
Kasper van Heerden.
Reageren? Stuur een mailtje naar nunchakuhaarlem@gmail.com