VIERVOUDIG WERELDKAMPIOEN (1997) PATRICK HENNEN AAN HET WOORD
Viervoudig wereldkampioen (1997) Patrick Hennen aan het woord
Door Bernard op Monday 04 January 2010.

Viervoudig wereldkampioen (1997) Patrick Hennen aan het woord

Heb jij altijd al willen weten hoe het met die ‘oude’ Nunchaku-ka’s is en wat ze tegenwoordig in het dagelijkse leven doen? Of ken jij alleen de namen van de verhalen die bij jou op de sportschool worden verteld zodra ze het weer eens over vroeger hebben?

 

De Touche/site gaat in gesprek met deze ‘oude’ Nunchaku-ka’s. In deze editie onderwerpen we Patrick Hennen (viervoudig wereldkampioen) aan een diepgaand interview.

 

Personalia:

 

Naam: Patrick Hennen.

Leeftijd; 30 jaar

Beoefende Nunchaku vanaf 1989 tot en met 2000

Hoogst behaalde graduatie; 3de Dan

Sportschool; Sportcentrum Frank Philipoom, te Beverwijk

Behaalde titels:

·         Wereldkampioen: 4 keer.

·         Europees kampioen: 2 keer.

·         Nederlands kampioen: 7 keer.

 

 

 

Patrick, wat doe jij tegenwoordig in het dagelijkse leven?

 

Ik ben sinds 2003 woonachtig in Gouda. In maart 2006 trouwde ik met Daphne en sinds negen maanden ben ik de trotse vader van een dochtertje, Nanouk. Ja, het is een leuke meid, kan niet wachten totdat ik thuis ben.Het is fijn als je alles lekker los laten en met je kleine meid kunt spelen. Het is echt meer dan een leuke aanvulling haha. Je leven staat op z’n kop.

 

Ik werk voor een bedrijf genaamd ORTEC. Dat is een bedrijf dat een beetje op de achtergrond werkt voor bedrijven zoals KLM, TNT post en Shell. ORTEC levert aan deze bedrijven planningsoftware. Hier ben ik, sinds twee jaar, teamleider van tien consultants. Met deze groep werken we op dit moment voor TNT Express. Het is een super leuke baan.

 

Doe jij nog aan (vecht) sporten?

 

Op het moment tennis ik drie keer in de week. Het gaat best aardig! Lekker voor mijn conditie ook natuurlijk. Met zo’n zware baan is beetje tennis ernaast wel lekker. Het gaat me ook wel aardig af, al was mijn talent met de nunchaku groter. Haha. De vechters mentaliteit is mij wel bijgebleven; ik zal niet zo snel opgeven.

 

Met vechtsport doe ik echt helemaal niets meer. Sinds ik ben verhuisd van Uitgeest naar Gouda ben ik daar helemaal mee gestopt.

 

Hoe kwam jij in contact met nunchaku-do en hoe oud was jij?

 

Ik zat bij Frank op judo en ik was eigenlijk wel een aardige judoka. Ik was zeker niet slecht. Ik stond op het punt om bij Kenamju in Haarlem mee te mogen trainen, maar naarmate ik groeide werden mijn knieën steeds pijnlijker. Ik kon niet meer op mijn knieën zitten en ook niet meer vallen. Judo werd daardoor een beetje kansloos.

Toen ben ik gestopt. Frank was sinds een jaar begonnen met lesgeven in nunchaku-do. Dat was rond 1989. Ik moet dus ongeveer 11 jaar oud zijn geweest.

 


 

Op de videoband van dat NK kun je nog zien dat er een scheidsrechter aan mij vraagt of het wel gaat. Je hoort op de achtergrond een klein stemmetje zeggen: ‘jaaaa’. Als ik deze beelden weer zie lig ik iedere keer weer krom van het lachen.

 

 


 

Bij jullie op de sportschool zijn er veel puntencompetities geweest, waar ook andere sportscholen naar toe kwamen. Is dat een opstap naar de grote toernooien voor jou geweest?

 

Dat deed Frank heel leuk en dat deed hij met judo trouwens ook. Hij organiseerde veel puntencompetities samen met Nijhoff in Haarlem. Deze wedstrijden hebben mij in mijn ontwikkeling naar de grote toernooien zeker goed op weg geholpen. Het hielp dat er andere sportscholen zoals Nijhof en Olympia in Katwijk kwamen. Je krijgt dan de mogelijkheid om tegen iemand buiten je sportschool te kunnen sparren. Voordat ik in voorrondes van het Nederlands Kampioenschap en andere toernooien ging vechten, deed ik gedurende het eerste jaar alleen maar mee met deze puntencompetities.

 

Al snel werd het duidelijk dat jij een groot talent was. Je pakte vrijwel meteen grote prijzen. Weet jij nog wat jouw eerste beker was?

 

De eerste keer dat ik in de finale van het Nederlands kampioenschap in de -1,55 klasse streed, verloor ik van Mark Harte. Dat was de bekende wedstrijd waarbij ik in mijn kruis werd geslagen; toen waren er nog geen toques. Haha.

Ik sloeg eerst Mark in het kruis en nog geen minuut later sloeg hij mij in de mijne, haha. Op de videoband van dat NK kun je nog zien dat er een scheidsrechter aan mij vraagt of het wel gaat. Je hoort op de achtergrond een klein stemmetje zeggen: ‘jaaaa’. Als ik deze beelden weer zie lig ik iedere keer weer krom van het lachen.

In 1993 behaalde ik mijn eerste nationale titel. Dit was met de junioren kata.

 

Hoe zag dat kampioenschap er toen uit?

 

Ja, dat was in Amstelveen in de Delta Lloyd hallen. Dat was pas een evenement. Eurosport nam alles op en zond dat later die maand uit. De hal was gevuld met twee duizend man publiek, propvol.

Het was een gebeuren waar je bij moest en zou zijn, zowel als sporter als toeschouwer. Echt waanzinnig hoe dat werd aangepakt.

Voor de opkomst van de finale kwam je in een donkere hal en kreeg je een felle spot op je gericht. Dan die opzwepende muziek als Eye of the Tiger er overheen. Kippenvel. Achter het hoofdveld hing een groot scherm waar de partij ook op te volgen was. Een presentator, Ronald Wusenberg, kondigde je aan. Tussen de wedstrijden door had je nog demonstraties van verschillende sporten. Dat was echt vreselijk gaaf en zal me voor altijd bijblijven.

 

Philipoom was één van de toonaangevende sportscholen. Jullie behaalden veel titels, zowel individueel als in teams. Hoe kwam het dat anderen scholen daarbij achterbleven?

 

Hoe Frank trainde ons heel goed. Hij liep ver voor met zijn inzicht over hoe je kumite moest spelen. Counteren kwam veel aan bod, maar ook hoe je iemand voor kon zijn in Aiuchi situaties.

We trainden hele specifieke vaardigheden. Hij had echt een unieke visie op hoe we dat moesten doen. Frank is namelijk een goede karateka, daar kwam het allemaal vandaan. Door zijn ervaring kon hij zijn achtergrond vertalen naar de nunchaku sport. Ik vond het dan ook terecht dat hij de grootste en beste sportschool had.

Zijn aandacht lag echt bij kumite en kata. In die disciplines wilde hij de beste zijn. Aan freestyle besteedde hij niet veel aandacht.

 

Hij was enorm begaan met de sport en wilde zijn leerlingen zo goed mogelijk helpen. Als je wilde kwam je om zes uur s morgens trainen. Als hij er niet was gaf hij je de sleutel van de sportschool. Hij was echt iemand die er voor de volle honderd procent voor ging.

 

In de jaren dat je actief was in de sport heb je vele Nationale en Internationale titels behaald. Welke titel is voor jou de belangrijkste en waarom?

 

Dat zijn er drie; Het WK(1997)is in ieder geval een hele belangrijke, onder andere omdat ik daar won van mijn ‘aartsrivaal’ Robin Eichorn.

Aan de andere kant moet ik ook zeggen dat ik heel erg trots ben op mijn Europese titel (1995). Waar ik won van de Portugees, Jose Almeida. Dat toernooi had veel meer een internationaal karakter.

Het ONK van 1994 was ook belangrijk voor mij.

 

 


 

Ik had me per slot van rekening flink misdragen die dag. Dat ga ik niet ontkennen. Het maakt niet uit hoe goed je bent, of hoezeer je ook gelijk denkt te hebben. Zo uit je dak gaan is nooit gerechtvaardigd. Dat

wist ik best, toch deed ik het.

 

 


 

Zou je zeggen dat jouw dieptepunt het NK Teams in 1998 was?

 

Ja, dat kan ik mij nog heel goed herinneren.

Ik stond voor met drie nul, tegen Donald Nolet, Schiedam. Niets aan de hand. Ik was één keer, misschien twee keer, buiten de mat geweest waardoor ik een chui tegen had. Met nog een halve minuut op de klok zette Donald een aanval in. Ik ontweek hem. Zoals ik wel vaker deed in mijn spel, bewoog ik rond de lijnen. Ik draaide me om en raakte mijn tegenstander op de zijkant van zijn masker. Dat was echt een wereldpunt.

Ik kan hem nog zo voor de geest halen. Dat was één van de mooiste punten die ik in mijn carrière heb gescoord. Ik dacht nog van ‘dat is een ippon, zonder twijfel’. In plaats daarvan kreeg ik geen punt maar een keikoku voor het buiten de lijn stappen tijdens het ontwijken van die aanval! Ik kreeg dus een wazari tegen. Vervolgens meldde de scheidsrechter dat Donald mij had geraakt waardoor ik volgens hem nog een wazari tegen kreeg. Het was heel raar. In feite kreeg Donald dus twee punten! Daarna kreeg hij voor een afzwaaier nog een punt. Ik had een chui tegen waardoor ik mijn wedstrijd verloor.

In mijn beleving gebeurde het zo, maar het is inmiddels wel 11 jaar geleden. Haha.

 

Na de wedstrijd loop ik naar de scheidsrechter om verhaal te halen. Ik vroeg: ‘Wat doe jij nu? Wat een blunder!’ Dat zei ik in een opwelling en ik had het niet mogen doen.

Ik sprak mezelf voorbij, maar het kon gewoon echt niet wat daar gebeurde, in mijn optiek. Eigenlijk ben ik te ver gegaan met wat ik nog meer heb geroepen. Laaiend was ik.

 

Voor ons team is het beter afgelopen. Jeffrey Hennen wist de vijfde en laatste partij te winnen, tegen Robin Eichorn. Daardoor wonnen we de NK TEAMS titel.

 

Het voorval zou nog een flinke staart kregen. Ik had me per slot van rekening flink misdragen die dag. Dat ga ik niet ontkennen. Het maakt niet uit hoe goed je bent, of hoezeer je ook gelijk denkt te hebben. Zo uit je dak gaan is nooit gerechtvaardigd. Dat wist ik best, toch deed ik het.

 

Wat was de consequentie van jouw emotionele reactie?

 

De consequentie was dat ik twee jaar werd geschorst.

 

 


 

Marco Smits kwam me achteraf nog vertellen dat hij mijn freestyle top vond. Mooi moment was dat.

 

 


 

In 2000 heb ik nog wel geprobeerd om terug te keren binnen de sport. Ik was van plan om te gaan minderen met kumite en me wat meer te richten op het 4de dan examen en het nationale demoteam, waar ik toen in zat. Daar keek ik best naar uit. Toch is het voor mij ‘dood gebloed’, helaas!

Vanaf dat moment begon mijn leven te veranderen. We verhuisden naar Gouda en ik ben mij op tennis gaan richten. Dat doe ik nu sinds 2002/2003 en dat gaat eigenlijk wel aardig.

 

Jouw broertje, Jeffrey, bleef tot 2000 nog actief op wedstrijden. Volgde je hem?

 

Ja natuurlijk! Ik trainde hem. Jammer dat hij nooit kampoen is geworden. Ik ben er van overtuigd dat hij het in zich had om tenminste één keer eerste te worden. Hij is uiteindelijk niet verder gekomen dan de tweede plaats, in 1999.

Tijdens de teamwedstrijden was hij altijd super. Ik kan me nog goed herinneren dat hij Rob Stellingwerf met 5-0 van de mat sloeg. Jeffrey is een onderschatte Nunchaku-ka. Als hij eerder was begonnen en langer was doorgaan had hij beter kunnen worden dan dat ik ooit ben geweest!

 

Stond hij teveel in jouw schaduw?

 

Ja, dat kan je wel zeggen.

Wat hij vooral tegen zich had was dat hij zo snel groeide. Ieder half jaar steeg hij een lengteklasse. Hij begon in de –1,45 en is uiteindelijk gestopt in de +1,85. Hij is nu 1,97cm. Die groeispurt heeft hem wel tegengezeten.

 

Tegen welke sporters vocht je zoal?

 

Bruce Sattler was in de eerste twee jaar iemand waar ik tegenop keek en het was een vreselijk aardige kerel. Rob Stellingwerf, Edwin Gertenbach, Rene de Jong, Jerry Dihal, Robin Schotte en Eichorn. Tegen bijna iedereen heb ik wel eens gespeeld.

 

Als jij nu één gevecht opnieuw zou mogen doen, voor welke wedstrijd zou jij dan kiezen?

 

De mooiste, qua emotie, was de WK finale. Die heb ik toen natuurlijk gewonnen en het is niet dat ik revanche zou willen of zo. Het was gewoon zo spannend. Aan het einde van de wedstrijd stond ik 2-1 achter en ik heb een chui tegen. Die kreeg ik wel vaker, want ik stapte altijd buiten de mat. Ik maakte een blok counter in de laatste tien seconden, kreeg een ippon en stond met 3-2 voor. Dat was echt een enorme kick.

 

Dit was, zonder twijfel, de gaafste wedstrijd die ik ooit gedraaid heb.

 

Er is nog wel één Freestyle die ik over zou willen doen. Dat was, dacht ik ONK 1996, daar deed ik alleen maar om mee voor de freestyle.

 

 

Freestyle deed mij ook niet zoveel, totdat ik opging voor mijn 1ste dan examen. Voor dat examen moet je namelijk een freestyle laten zien. Ik haalde een aardig cijfer en begon het leuk te vinden.

 

Overdag moest ik nog wat voor school doen. Hierdoor kwam ik pas s’avonds aan. Ik had mij via een voorronde geplaatst (dat moest toen nog).

 

Ik liet hem één keer vallen. Donald werd toen kampioen. Achteraf las ik in de recensies dat, als ik hem niet had laten vallen, ik de winnaar was geworden. Dat zou ik nog wel eens over willen doen. Marco Smits kwam me achteraf nog vertellen dat hij mijn freestyle top vond. Mooi moment was dat. Op het wereldkampioenschap heb ik de schade trouwens ingehaald.

 

Freestyle ben jij pas later in jouw carrière gaan beoefenen, waarom heb je er zolang mee gewacht?

 

Omdat ik me daar nog nooit op had geconcentreerd.

Zoals ik al eerder zei: Frank was niet van de Freestyle. Hij was van de kumite en de kata. Freestyle deed mij ook niet zoveel, totdat ik opging voor mijn 1ste dan examen. Voor dat examen moet je namelijk een freestyle laten zien. Ik haalde een aardig cijfer en begon het leuk te vinden. Frank besloot toen dat we er wat meer mee moesten gaan doen. Ik was de eerste van onze sportschool die ging freestylen. Vandaar dat ik een laatkomertje was.

 

Wie was jouw voorbeeld op Freestyle onderdeel? Marco Smits?

 

Ja toen wel. Ik heb nooit de kans gehad om me op een toernooi met hem te meten op dat gebied, jammer genoeg. Ik heb wel zijn Freestyle’s gezien van ’91 en ’92. Daar was hij natuurlijk wel de man! Ik was onder de indruk van wat hij daar deed.

 

Rick Bakker was ook wel een klein beetje een voorbeeld. Ik was niet zo stuk van zijn stijl, maar hij had wel leuke trucjes. Marco stak er ver boven uit. Rick was een goede tweede.

Voor de rest heb ik niet echt tegen mensen opgekeken, ook niet binnen het kumite. Volgens mij zit je dat in de weg als je wilt winnen.

 

Wat was jouw specifieke kracht bij het Freestyle?

 

Dat ik met zowel links als rechts goed kon roteren.

 

Keek je naar andere Freestyles, om daar ideeën uit te putten?

 

Ik keek zeker naar anderen en probeerde altijd net een stapje verder te gaan in mijn trucs. Mijn Freestyle’s waren altijd gebaseerd op vier tot vijf trucs. De goede onthield ik en die nam ik mee naar mijn volgende wedstrijd.

Freestyle was voor mij meer dan een opsomming van trucjes. De muziek was voor mij het belangrijkste. Ik bedacht wel altijd twee nieuwe moves, waar ik dan de rest omheen bouwde.

 

Mijn grote voordeel ten opzichte van veel anderen was dat ik mijn trucs met beide handen kon uitvoeren. Dat was echt niet altijd even makkelijk. Ik was één van de weinige die met links en rechts tegelijk konden roteren. Mijn tegenstanders waren met dubbele nunchaku ‘s minder sterk. Die tikten ze boven en onder hun arm en dat was het een beetje. Ik kon roteren en tegendraads draaien. Dat was misschien niet zo zeer een trucje, maar wel moeilijk! Dat was mijn kracht. Daarmee maakte ik het verschil.

 

Ik durfde ook meer risico’s te nemen, zoals tijdens de WK finale. Daar liet ik beide nunchaku’s, los en liet ze om mijn bovenarmen heen draaien. Het risico was enorm dat ze zouden vallen. Goed ik had de beweging vaak geoefend. Op een gegeven moment lukte de truc negen van de tien keer. Tijdens de freestyle dacht ik: ‘Nu maar hopen dat het deze keer één van die negen betreft.’

 


 

Als je echt goed wilt worden, begin dan bij de basis. Het klinkt heel flauw maar als je al de technieken traint totdat je die (bij wijze van spreken) duizend keer zonder een mispakking kunt doen dan win je wedstrijden.

 


 

Studeerde jij jouw freestyle al een langere tijd van te voren in?

 

Ja, niet tot op elke rotatie precies, maar de momenten waar ik mijn trucs op in plande stonden helemaal vast. De dingen er tussen door waren niet altijd gepland. Tot dat niveau ging ik niet.

Ik vond het belangrijker om die trucs op de juist momenten in de muziek te doen, zodat ik mijn eikpunten had en dat ik ook wist waar ik was in mijn freestyle.

 

Ik was ongeveer twee maanden van te voren bezig met een freestyle. Het kan niet van de laatste dag afhangen. Je kunt nog zo goed zijn maar je hebt met een freestyle echt je trainingstijd nodig.

We trainden vier keer in de week. Op vrijdagavond trainden we extra lang. In het laatste uur, tussen 22:00 en 23:00 uur was ik alleen maar met mijn Freestyle bezig. Daar zat ik dan één op één met Frank en dan liepen we de hele freestyle een uur lang door. Binnen dat uur deed ik de uitvoering wel 20 keer.

De laatste paar lessen voor een toernooi bleven er een groep mensen zitten om naar de act te kijken zodat ik kon wennen aan de aanwezigheid van publiek.

 

Wat zou jij de huidige generatie nunchaku-ka’s mee willen geven?

 

Heel simpel.

Als je echt goed wilt worden, begin dan bij de basis. Het klinkt heel flauw maar als je al de technieken traint totdat je die (bij wijze van spreken) duizend keer zonder een mispakking kunt doen dan win je wedstrijden.

Je technieken worden beter en je kans op succes groter. Je pakt je nunchaku dan niet meer zo vaak mis. Dit heb ik zelf ervaren. Een misspakking is tijdens een wedstrijd funest.

Train je techniek tot in het oneindige. Je wordt er echt heel erg goed van. Op alle onderdelen zul je vooruitgang zien als de controle van je nunchaku verbetert, ook met freestyle.

Tekst: B.R/ K.v.H 

  

© Stichting Nunchaku Nederland 2009 - World Nunchaku Association