Tien jaar nunchaku
Door Jimmy op Sunday 25 October 2009.
Ik draai nu zo’n tien jaar mee in het nunchaku circuit. Vergeleken met sommigen maakt mij dat een veteraan, vergelijken met anderen een groentje. Op mijn twaalfde begon ik te trainen bij Milco Lambrecht in Haarlem. Zes jaar later haalde ik mijn Shodan en sindsdien geven Milco en ik samen les aan een leuke groep. Tijdens de les probeer ik mijn leerlingen altijd wat mee te geven. Ik laat ze niet alleen trainen, maar vertel ze ook over mijn ervaringen op de mat.
Zo was er die keer dat ik derde werd (in een poule van drie) en tweede (in een poule van twee). Om nog maar te zwijgen over alle tegeltjes, vaantjes en medailles die ik in de wacht heb gesleept voor het meedoen. Een prijs is een prijs, toch?
Weet iemand nog wie er de Duinrell cup mee naar huis nam in 2008? Deze jongen, thank you very much. Waarschijnlijk herinnert niemand zich die finale: mijn tegenstander was een twaalf jarig meisje. Ik vecht al jaren in de +1,85A, zij had de oranje band en was ongeveer een kop kleiner.
Ik heb nog nooit zo’n doodse stilte meegemaakt tijdens een finale. Iedereen zat met gemende gevoelens te kijken hoe deze lange slungel het opnam tegen dit meisje. Ikzelf zat ook in een tweestrijd. Moest ik haar laten winnen? Dat zou een belediging zijn voor mijn tegenstander. Ik zou dat zelf nooit pikken
Voluit gaan zou gewoon verkeerd zijn. Ik besloot de middenweg te kiezen: haar niet laten winnen, maar haar “bescheiden” te verslaan.
Mijn pogingen om het rustig aan te doen resulteerden in een veel te lange, ongemakkelijke wedstrijd die eindigde met een paar punten verschil. Het meest tenenkrommende moment was toen één van mijn leerlingen de stilte doorbrak en “Kom op Kasper!” riep. Leuke jongen, hij snapte er niets van. Is dit de reden dat ik zo zelden win? Denk ik te veel na tijdens het vechten? Of is het toch het gebrek aan training en talent?
De glans van mijn overwinning was heel ver te zoeken. Ik stopte de beker zo ver mogelijk weg in mijn tas. Thuis kreeg hij een plaatsje achter het tv-meubel.
Na dit zielige verslag van mijn nunchaku carrière vraagt u zich misschien af wat ik mijn leerlingen dan in vredesnaam mee kan geven door deze verhalen te vertellen. Misschien bent u zelfs van mening dat ik er maar mee moet stoppen, als ik immers toch nooit een echte overwinning behaal? Waarom nog meedoen als je zo verschrikkelijk matig bent?
Dit is hoe ik het zie: de top van het nunchaku-do bestaat bij de gratie van de massa. Alles is relatief. Joris, Mario, Ricardo en de andere toppers kunnen alleen maar “goed” zijn vergeleken met andere, minder “goede” nunchaku-ka’s zoals ik en talloze anderen. In het kort: zonder berg kan er geen top bestaan.
Dus blijf ik doorgaan met wat ik doe. Ik doe nog steeds mee aan zoveel mogelijk toernooien. Hoe sterker mijn tegenstander hoe beter. Iedere keer dat ik wordt verslagen vergroot mijn belang. Zonder mensen zoals ik is jullie overwinning net zoveel waard als die keer dat ik derde van de drie werd. Wij zijn het fundament, de grondlaag. Zonder ons vallen jullie. Jullie zijn het neusje, maar wij zijn de hele zalm.
Graag gedaan jongens.
Kasper van Heerden.
Reageren? Stuur een mailtje naar nunchakuhaarlem@gmail.com